Verdiepen
Bij burgerberaden wordt er vooraf veel aandacht besteed aan representatie; dat de deelnemersgroep een afspiegeling is van de samenleving. Er is echter minder aandacht voor inclusie; wanneer je deze diverse groep bij elkaar hebt, hoe zorg je ervoor dat iedereen op een gelijkwaardige manier kan deelnemen? Wanneer dit niet gebeurt, zijn dit de stemmen in de samenleving die ondanks het deelnemen, toch niet (voldoende) gehoord worden. We zien in ons onderzoek dat anderstalige deelnemers niet altijd gelijkwaardig kunnen deelnemen door bijvoorbeeld (1) een gebrek aan tolken in hun eigen taal - niet alle deelnemers kunnen overweg met een tolk Engels - (2) een taalbuddy die hen niet voldoende kan ondersteunen of (3) het ontbreken van geschreven vertaalde informatie.
Het faciliteren van deelname voor anderstalige deelnemers door middel van tolken en buddy’s is een belangrijke stap, maar het is niet voldoende. Tolken zijn niet altijd in elke taal beschikbaar vanwege kostenoverwegingen, en een tolk Engels is ook voor anderstalige deelnemers niet altijd voldoende. Buddy's zijn geen professionele vertalers en kunnen niet alles vertalen. Ook kan het hun eigen deelname ondermijnen wanneer zij zelf ook deelnemen aan het beraad. Vaak blijft (schriftelijke) informatie, zoals uitnodigingen, instructies of achtergrondstukken, uitsluitend in het Nederlands beschikbaar. Hierdoor kunnen deelnemers die een andere taal spreken met een informatieachterstand beginnen, wat hun gevoel van volwaardige deelname ondermijnt (Van Viersen et al., 2025). Oplossingsrichtingen zijn het aanbieden van vertalingen voor alle stukken, tolken en buddy’s inzetten afhankelijk van de context waarin zij het beste passen, en de inzet van AI-vertalingen in plenaire gedeelten als kostenbesparende optie.
Het gevoel welkom te zijn is een belangrijk onderdeel van inclusie en draagt eraan bij dat mensen zich werkelijk onderdeel voelen van het burgerberaad. Inclusie is meer dan het beschikbaar stellen van tolken of het vertalen van documenten; het draait ook om verbondenheid en het creëren van een gedeeld gevoel van ‘belonging’ (o.a. Musgrave & Bradshaw, 2014). Dat vraagt om meer dan technische oplossingen: het vraagt om een ontwerp dat bewust rekening houdt met talige diversiteit als wezenlijk onderdeel van het participatietraject. Met relatief kleine en vrijwel kosteloze aanpassingen in het ontwerp van het beraad kan al verschil worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan begroetingen in meerdere talen bij binnenkomst, of het expliciet benoemen en waarderen van taal- en cultuurverschillen in de groep. Afhankelijk van de gemeente, het beleid en de financiële middelen kan ook gekozen worden om bepaalde onderdelen meertalig aan te bieden.
In groepsgesprekken zie je regelmatig dat Engels regelmatig wordt gebruikt door deelnemers als 'lingua franca' (gedeelde taal). Het switchen naar een gedeelde taal zoals Engels is bedoeld om inclusief te zijn en om effectief met elkaar te communiceren. Echter kan het in sommige situaties ook nieuwe uitsluitingsmechanismen creëren omdat niet alle deelnemers het Engels even goed beheersen. Gespreksbegeleiders spelen een belangrijke rol in het herkennen van situaties waarin taal(gebruik) kan leiden tot in- of uitsluiting en zorgen dat iedereen gelijkwaardig kan blijven deelnemen aan het gesprek (Van Viersen et al., 2025).
De inzet van tolken en/of taalbuddy’s leidt niet altijd tot gelijkwaardige deelname van anderstalige deelnemers tijdens een burgerberaad. De deelnemers voelen bijvoorbeeld een drempel om iets in te brengen omdat zij de enige zijn die een andere taal spreken. Ook zijn ze vaak te gefocust op de tolk om op dat moment in de discussie mee te kunnen doen. Daarnaast zijn tolken kostbaar en niet altijd (in elke taal) haalbaar voor elk burgerberaad. Bij buddy's wordt de informatie soms pas vertaald wanneer de discussie afgelopen is.
Uit dit onderzoek blijkt dat deelnemers op natuurlijke wijze manieren vinden om effectief te communiceren, ook in het geval van meertaligheid. Dit doen zij bijvoorbeeld door te schakelen tussen talen en steeds te checken of iedereen het gesprek nog volgt. In groepsgesprekken worden tolken soms niet gebruikt omdat deelnemers graag direct met elkaar willen communiceren en discussiëren. In sommige gevallen wordt echter door de organisatie aangemoedigd om tolken te gebruiken omdat deze bang is dat wanneer tolken niet worden gebruikt deelnemers worden uitgesloten. De ervaringen van zowel Engelstalige als Nederlandstalige deelnemers onderstrepen echter dat spontane interacties in de meeste gevallen leiden tot een inclusief gesprek (Van Viersen et al., 2025).
Het is belangrijk dat de behoefte aan ondersteuning van anderstaligen niet vooraf door professionals wordt vastgesteld, maar dat deze in gesprek met de betrokkenen wordt verkend. Mensen willen van nature betrokken zijn en nemen daar ook zelf initiatief in, mits ze daartoe de ruimte krijgen (Musgrave & Bradshaw, 2014). Dit vraagt om een open manier van vragen stellen over wat deelnemers nodig hebben om mee te kunnen doen in plaats van gericht vragen of zij bijvoorbeeld gebruik willen maken van een tolk of buddy. Dit voorkomt dat aannames worden gedaan en biedt ruimte voor een persoonlijke benadering.
Meer lezen?
Onderzoeksproducten
Bronnen
- Musgrave, S., & Bradshaw, J. (2014). Language and social inclusion: Unexplored aspects of intercultural communication. Australian Review of Applied Linguistics, 37(3), 198-212. https://doi.org/10.1075/aral.37.3.01mus
- Van Viersen, J., Van Bochove, M., Martoccia, M., & Bleijenberg, C. (2025). Meertaligheid in Burgerberaden: Onderbouwde keuzes voor inclusieve participatie. De Haagse Hogeschool. https://www.kennisknooppuntparticipatie.nl/onderzoek/onderzoeksvouchers/voucher+onderzoek+2024/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=3128234