Nacht van Wiegel (1998)
Referendum
Via een referendum kunnen kiesgerechtigden hun mening geven over (voorgenomen) overheidsbesluiten en zo dus participeren in publieke beleidsvorming. Lokaal zijn er al veel praktijkervaringen, landelijk veel minder. En al decennia is er discussie over de wenselijkheid en invulling van dit instrument.

In het kort
Elke stem telt in de politiek. En elke volksvertegenwoordiger stemt ‘zonder last’. Dat betekent dat hij of zij zich niet mag laten opdragen een bepaald standpunt in te nemen bij een stemming. VVD-senator Wiegel wist dat als geen ander toen de Eerste Kamer in de nacht van 18 op 19 mei 1999 vergaderde over een grondwetswijziging voor een correctief referendum. Met zo’n referendum kunnen burgers zich uitspreken over (voorgenomen) besluiten van de Haagse politiek. En eventueel overheidsbeslissingen tegenhouden. Wiegel was daar niet voor, dat was bekend. Maar velen verwachten dat hij door de enorme politieke druk toch voor zou stemmen. Na 16 uur debat volgde eindelijk midden in de nacht de stemming. Wiegel stemde tegen. Het voorstel kreeg met 49 stemmen voor en 26 tegen precies één stem te weinig. Zo strandde de zoveelste poging tot invoering van het referendum.
Wat gebeurde er precies?
Het bindend correctief-referendum was een kroonjuweel van D66, coalitiepartner in Paars II. D66 had de na stevige onderhandelingen de invoering van zo’n referendum in het regeerakkoord gekregen. Met zo’n referendum kunnen burgers zich uitspreken over (voorgenomen) besluiten van de Haagse politiek. En eventueel overheidsbeslissingen tegenhouden. De meningen over nut en noodzaak ervan waren stevig verdeeld, ook binnen de coalitiepartijen. Voorstanders stelden dat een referendum meer burgers betrekt bij de besluitvorming en draagvlak schept voor politieke beslissingen. Tegenstanders vonden dat het niet past bij een systeem waarin gekozen volksvertegenwoordigers zorgvuldige belangenafwegingen moeten (kunnen) maken.
Het voorstel was in de Tweede Kamer al aangenomen. Het moest alleen nog door de Eerste Kamer. Er was veel politiek druk uitgeoefend op de coalitiepartners om het voorstel erdoor te krijgen. Premier Kok kwam zelfs ‘s avonds laat naar de Eerste Kamer om de dwarse senatoren te overtuigen. Het kabinet dreigde zelfs met aftreden. Vijf VVD-senatoren (‘De Bende van Vijf’) dreigden het referendum te verwerpen. Na grote politieke pressie schaarden de meeste senatoren zich achter het voorstel. Alleen VVD-senator en oud-minister van Binnenlandse Zaken Hans Wiegel bleef over.
Na 16 uur debat in de Eerste Kamer – gevolgd door ruim 400.000 televisiekijkers – werd in de nacht van 18 op 19 mei 1999 om half twee ’s nachts gestemd. Ruim 400.000 televisiekijkers zagen en hoorden hoe Wiegel - toch nog onverwachts - op achteloze wijze zijn beroemde “tegen” uitsprak. Hij was de enige overgebleven VVD-senator die tegenstemde. Hij vond het referendum geen aanvulling op de representatieve democratie, maar een aantasting daarvan. Wiegels tegenstem bleek de nekslag. Het voorstel haalde nét niet de vereiste tweederde meerderheid: er waren 49 stemmen voor en 26 tegen.

Premier Kok bood 19 mei 1999 ontslag van zijn kabinet aan, maar na bemiddeling door informateur Herman Tjeenk Willink, werd die ontslagaanvraag al op 18 juni weer ingetrokken. Er werd een nieuw referendumvoorstel gemaakt en in 2001 werd de Tijdelijke Referendumwet door het parlement geloodst. Daarmee werd een raadplegend correctief referendum mogelijk, vooruitlopend op de regeling van een beslissend correctief referendum.
Die Tijdelijke Referendumwet gold van 1 januari 2002 tot 1 januari 2005. Op basis daarvan vonden in enkele gemeenten referenda plaats. Na het vervallen van die wet kon in Nederland alleen nog op grond van andere regelingen, zoals een gemeentelijke referendumverordening, een referendum worden gehouden.
Daarna volgden nog vele initiatieven voor invoering van verschillende soorten referenda. Zo was landelijk een raadplegend referendum tussen 2015 en 2018 tijdelijk mogelijk. In gemeenten en provincies kan dat nog altijd, op basis van een eigen verordening. Een bindend referendum vereist echter een grondwetswijziging. Tot op heden sneuvelden alle voorstellen voor een grondwetswijziging om bindende referenda mogelijk te maken.
Meer over Referenda
Meer over Referenda
Referenda kennen een lange geschiedenis. Het allereerste Nederlandse referendum dateert uit 1797. Dat is een bijzonder jaar in de Nederlandse geschiedenis. Franse soldaten hebben de stadhouder verdreven en de Patriotten zijn aan de macht. Zij hebben de Bataafse Republiek uitgeroepen, gebaseerd op de idealen van de Franse Revolutie. Maar politiek is Nederland in die tijd zwaar verdeeld. Er moet een grondwet komen, maar men kan het nergens over eens worden. Uiteindelijk komt er een ontwerp dat bestaat uit compromissen. De nieuwe grondwet wordt aan het (stemgerechtigde) volk voorgedragen in het eerste Nederlandse referendum. De nieuwe grondwet, met de bijnaam “Het Dikke Boek”, wordt door een vernietigende meerderheid afgekeurd. Er volgt een staatsgreep en een nieuw voorstel. Een jaar later is er een nieuw - schimmig en ondemocratisch - referendum en wordt de grondwet onder druk van de Fransen wel aangenomen. Het vormt de basis voor de grondwet zoals wij die nu kennen.
Het eerste lokale referendum in Nederland vindt plaats in Hillegom in 1906. Het gaat over de vraag of men voorkeur geeft aan een jaarlijkse kermis of aan een volksfeest met subsidie van de gemeente. De meerderheid kiest voor een volksfeest. Daarop besluit de gemeenteraad om zowel een volksfeest als een kermis te houden.
In 1912 vindt het tweede lokale referendum plaats, ook over een kermis. De gemeenteraad van Naarden ontvangt begin 1912 een verzoek om de plaatselijke kermis af te schaffen. In het verzoek klagen ruim 100 vooraanstaande burgers dat de kermis tot laat in de avond doorgaat en dat dit leidt tot bandeloosheid en dronkenschap. De gemeenteraad ging akkoord en schafte de kermis af. “En zoo wordt zelfs nu weer dit onschuldig volksvermaak, de kermis, ook aan onze ingezetenen ontnomen”, schrijven boze bewoners daarop aan de gemeenteraad. De gemeenteraad geeft niet toe en de burgers geven niet op. De toon wordt steeds grimmiger. Om de situatie niet uit de hand te laten lopen besluit de gemeente om een referendum te houden. Als de gemeenteraad bij elkaar komt, spreekt de burgemeester: “Ook is de spreker niet tegen de kermis in het algemeen, doch wel tegen de Naardensche kermis, zooals deze was. Dat was een smeerboel en bovendien een kermis, die op sterven lag. Door de afschaffing dezer kermis heeft men alleen den doodstrijd wat bespoedigd.” Toch wordt het volk geraadpleegd en het resultaat liegt er niet om: 450 stemmen tegen afschaffing tegenover 170 stemmers voor. De kermis blijft, maar wel met kortere openingstijden.
Het referendum van Naarden wordt landelijk nieuws maar de Tweede Kamer is niet blij met deze democratische ontwikkeling. Een volksraadpleging zou strijdig zijn met de Gemeentewet, waarin de onafhankelijkheid van het gemeentebestuur is vastgelegd. Twee jaar later wil Almelo ook een referendum houden over de herinvoering van de lokale kermis. Dit wordt echter door de landelijke overheid niet toegestaan. Pas vanaf 1970 mogen er weer lokale referenda worden gehouden.
Vanaf de jaren zeventig worden lokale referenda echt populair in Nederland. Dat past in een trend in heel West-Europa waarbij burgers meer inspraak willen. Gemeenten kunnen referenda houden, als zij een referendumverordening opstellen. Zo'n referendum mag niet bindend zijn: artikel 121 van de Gemeentewet geeft gemeenten de mogelijkheid om een verordening in te stellen zolang die niet tegen bestaande wetgeving ingaat. Provincies hebben dezelfde mogelijkheid. De meeste referenda gaan over gemeentelijke herindelingen en veranderingen in de openbare ruimte. Opvallend is dat de opkomst vaak laag is en dat de overheid daardoor de uitslag vaak naast zich neer kan leggen.
Een volksraadpleging die in Amsterdam veel stof deed opwaaien ging over IJburg. In 1996 stemde de Amsterdamse gemeenteraad in met de bouw van deze nieuwe woonwijk. Dit zorgde voor veel kritiek, vooral vanwege de natuur die verloren zou gaan. Een jaar later wordt er daarom een correctief referendum uitgeschreven. Dat wil zeggen dat kiezers zich uitspreken over een reeds genomen beslissing. De verkiezingen worden gewonnen door de tegenstanders van de uitbreiding. Maar er gold een kiesdrempel, omdat het gaat om een besluit dat al is genomen. Die kiesdrempel wordt niet gehaald en de bouw van IJburg gaat door. Wel wordt er meer rekening gehouden met de gevolgen voor de natuur.
In 1997 wordt een referendum gehouden over een ander Amsterdams groot bouwproject: de Noord/Zuidlijn. Een jaar na het IJburg-referendum gebeurt er precies hetzelfde. De meerderheid van de stemmers is tegen, maar de kiesdrempel wordt niet gehaald. De gemeente ziet de uitslag als een overwinning en begint met de bouw van het omstreden project.
In de periode 2002-2008 werden ook burgemeestersreferenda gehouden: experimenten waarbij burgers uit verschillende kandidaten hun voorkeur konden uitspreken. Het experiment was bedoeld als voorbode voor de mogelijk gekozen burgemeester. Begin 2008 werden de subsidies voor het burgemeestersreferendum afgesloten, wegens te lage opkomsten. Bij wet werd het burgemeestersreferendum afgeschaft (Kamerstukken 31.393).
In 2005 wordt het eerste landelijke referendum sinds 1797 gehouden. Iets meer dan een eeuw nadat er werd gestemd over de Nederlandse grondwet wordt er nu gestemd over de Europese grondwet. Net als in 1797 winnen de tegenstanders. Naast de Nederlandse spraken ook de Franse kiezers zich uit tegen de Europese Grondwet, die daardoor niet in werking trad. Met veel moeite werd de Europese Grondwet omgevormd tot een minder ambitieus hervormingsverdrag: het Verdrag van Lissabon.
Tussen 1 juli 2015 en 10 juli 2018 konden Nederlandse burgers dankzij de nieuwe Wet raadgevend referendum (Wrr) een raadgevend referendum aanvragen over wetsvoorstellen en verdragen. Een voorbeeld was het ‘Oekraïne-Referendum’. Dat was op 6 april 2016 het volgende landelijke referendum, over het associatieverdrag met Oekraïne. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis stond er bij een landelijk referendum geen grondwet op het spel. Het opkomstpercentage was 32%, net boven de kiesdrempel van 30%, dus het referendum was geldig. 61% van de kiezers stemde tegen, 38% stemde voor. Ruim voor de verkiezing had een meerheid van partijen in de Tweede Kamer verklaard de referendum-uitslag te respecteren. Na het referendum werd premier Rutte door EU-regeringsleiders onder druk gezet om het verdrag toch te ratificeren. Rutte kwam na onderhandelen tot een bindende verklaring, waarin werd vastgelegd dat er geen militaire hulp en extra geld naar Oekraïne gaat en dat het verdrag Oekraïne geen kandidaat-EU-lid maakt. Tijdens een EU-top op 15 december 2016 stemden de EU-landen in met die verklaring. Na deze verklaring stemden - ondanks eerdere toezegging dat de referendum-uitslag zou worden gerespecteerd - de Tweede Kamer op 21 februari en de Eerste Kamer op 30 mei 2017 voor het Oekraïne-verdrag. In juli 2018 is de Wet raadgevend referendum ingetrokken.
Een bindend referendum is vooralsnog niet mogelijk omdat daarvoor de Grondwet gewijzigd moet worden. Het voorstel om een correctief referendum in te voeren is in 2017 verworpen door de Tweede Kamer. Eind 2018 adviseerde de Staatscommissie Parlementair Stelsel in haar eindrapport 'Lage drempels, hoge dijken' om een correctief bindend referendum toch in te voeren.
Na het advies van de staatscommissie diende SP-Tweede Kamerlid Ronald van Raak eind januari 2019 opnieuw een initiatief wetsvoorstel tot wijziging van de Grondwet in voor een correctief referendum. Het wetsvoorstel is op 26 januari in eerste lezing aangenomen, nadat de Eerste Kamer in navolg van de Tweede Kamer akkoord was gegaan. Op 5 juli 2022 heeft de Kamer het voorstel voor een bindend correctief referendum in tweede lezing verworpen.
Op 6 juli 2022 diende SP-Kamerlid Renske Luiten een nieuw voorstel in, dat grotendeels overeenkomt met het voorstel van Van Raak (en een grondwetswijziging vergt). Dezelfde dag dienen Forum voor Democratie-Kamerleden Thierry Baudet en Pepijn van Houwelingen een voorstel in voor een raadplegend referendum, waarvoor volgens hen geen grondwetswijziging nodig zou zijn.
Op 14 februari 2023 stemde de Tweede Kamer in met een nieuw wetsvoorstel - gebaseerd op voorstel van Luiten - voor het bindend correctief (lokaal) referendum. Dit betekent dat voor alweer de vijfde keer de eerste drempel is beslecht om een referendum mogelijk te maken (vier keer eerder sneuvelden wetsvoorstellen tot een bindend correctief referendum, waaronder in de Nacht van Wiegel). Gemeenten mogen volgens dit nieuwe voorstel zelf bepalen of zij dit referendum lokaal willen invoeren. Gemeenten konden al een adviserend referendum uitschrijven (als zij daarvoor een verordening hebben) maar kunnen daar dan ook een bindend referendum aan toevoegen en daarbij zelf de procedurele regelingen en voorwaarden bepalen.
Opnieuw is een bindend correctief referendum een stapje dichterbij gekomen. Maar straks moet dan ook de Eerste Kamer instemmen met het voorstel, en daarna moet de wet (na de verkiezingen) in beide Kamers een tweederde meerderheid halen. De tijd zal leren of een bindend correctief referendum ooit onderdeel wordt van het participatie-instrumentarium in Nederland. Wordt vervolgd…
Lessen
Communicatie en transparantie zijn cruciaal bij dit instrument. Zo moet de volksvertegenwoordiging vooraf duidelijk aangeven wat er met de uitslag gebeurt (en zich daar aan houden!). Anders wordt het vertrouwen in dit instrument geschaad. En verder is het belangrijk dat niet enkel de tegenstanders maar ook de voorstanders campagne voeren: om te zorgen voor evenwichtige informatie en om te bevorderen dat (ook) voorstanders gaan stemmen.
Nadeel van veelgebruikte opkomstdrempel bij referenda is dat een deel van de kiezers strategisch thuis kan blijven - om het referendum ongeldig te maken - waardoor het instrument geen representatief beeld geeft van de ‘wil van het volk’. Om strategisch thuisblijven - en de schijn van bindendheid van de uitslag te voorkomen - kozen veel gemeenten in de praktijk ervoor om geen opkomstdrempel te hanteren of om vooraf een uitkomstdrempel af te spreken. Bij het inrichten van toekomstige referenda, lokaal en (inter)nationaal, kan hiervan worden geleerd.
Referenda met alleen ‘ja’ of ‘nee’ (of ‘voor’ of ‘tegen’) als keuzeopties bieden (te) weinig ruimte voor nuance en compromis. Veel gemeenten hebben geëxperimenteerd met meerdere vragen, meer dan twee antwoordopties en alternatieve manieren voor het vaststellen van de uitslag. Er zijn allerlei slimme combinaties van variaties op het (correctief) referendum mogelijk (zie ook Hendriks et al, 2020).
Bronnen
Bronnen
De informatie op deze pagina is gebasseerd op de onderstaande bronnen.
Bronnen: Wat gebeurde er precies?
Andere Tijden. (2019, 20 maart). De Nacht van Wiegel. [Documentaire].
Parlement.com. (z.d.). Kabinetscrisis 1999: de Nacht van Wiegel. Geraadpleegd op 19 januari 2024.
Parlement.com. (z.d.). Referendum. Geraadpleegd op 19 januari 2024.
Wikipedia-bijdragers. (2022, 31 december). Nacht van Wiegel. Wikipedia. Geraadpleegd op 19 januari 2024.
Wikipedia-bijdragers. (2022, 31 december). Referendum in Nederland. Wikipedia. Geraadpleegd op 19 januari 2024.
Bronnen: Meer weten over referenda
Boonstra, W. (2023, 15 februari). Lokaal referendum niet verplicht. Binnenlands Bestuur. Geraadpleegd op 20 februari 2024.
Hendriks, F. Jacobs, D. & Wagenaar, C. (2020, 14 januari). Referenderen en delibereren. Universiteit Tilburg. Geraadpleegd op 19 januari 2024.
Parlement.com. (2022, 5 juli). Tweede Kamer verwerpt bindend correctief referendum. Geraadpleegd op 19 januari 2024.
Parlement.com. (2022, 6 juli). Twee initiatiefvoorstellen voor referenda ingediend. Geraadpleegd op 19 januari 2024.
Parlement.com. (z.d.). Referendum. Geraadpleegd op 19 januari 2024.
Spruijt, M. (2016, 5 april). Nederland stemt (niet). Een kleine geschiedenis van het referendum. Oneindig Noord-Holland. Geraadpleegd op 19 januari 2024.
Wagenaar, C., Hendriks, F., & Van Der Krieken, K. (2017). Democratische zegen of vloek?: aantekeningen bij het referendum. Amsterdam, Nederland: Amsterdam University Press.
Wikipedia-bijdragers. (2022, 31 december). Burgemeestersreferendum in Nederland. Wikipedia. Geraadpleegd op 19 januari 2024.
Wikipedia-bijdragers. (2022, 31 december). Nederlands referendum over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraine. Wikipedia. Geraadpleegd op 19 januari 2024.
Bronnen: Lessen
Hendriks, F. Jacobs, D. & Wagenaar, C. (2020, 14 januari). Referenderen en delibereren. Universiteit Tilburg. Geraadpleegd op 19 januari 2024.
Van der Krieken, K. (2019). Winst of verlies: Het lokale referendum in Nederland 1906-2018 [Dissertatie, Universiteit Leiden].