Inclusie en representatie

Introductie

Binnen dit thema gaat het om representatie en inclusie binnen burgerberaden. Enerzijds staat het vraagstuk van representativiteit centraal. Daarbij is het de vraag in hoeverre deelnemers aan burgerberaden een afspiegeling vormen van de populatie die zij vertegenwoordigen (zowel op basis van demografische kenmerken als op basis van opvattingen). Anderzijds gaat het om de vraag hoe inclusief burgerberaden zijn, oftewel of burgers als zij eenmaal deelnemen aan een burgerberaad ook gelijkwaardig mee kunnen praten.

Accepteer cookies

Deze content vereist dat je cookies van derden accepteert.

Vooraf

Uitnodiging in begrijpelijke taal

Introduceren

Vraagstuk

Een uitnodigingsbrief dient aantrekkelijk te zijn voor alle bewoners, ongeacht achtergrondkenmerken zoals leeftijd en opleidingsniveau. Tegelijkertijd moet de brief voldoende informatie bieden over wat er verwacht wordt. Als de uitnodigingsbrief laagdrempelig is, verwachten deelnemers dit ook in het ontwerp en de uitvoering van de bijeenkomsten. In de praktijk zijn burgerberaden echter intensieve trajecten; ze vragen veel tijd en aandacht. Daarnaast is de aard van het burgerberaad talig en deliberatief: deelnemers wordt gevraagd hun mening te verwoorden, naar anderen te luisteren, argumenten af te wegen en samen tot aanbevelingen te komen. Hoe maak je een uitnodigingsbrief toegankelijk, maar geeft het ook een realistisch beeld van wat er van deelnemers wordt verwacht?

Casus

Om ervoor te zorgen dat een diverse groep mensen zich aanmeldt voor het burgerberaad vindt de gemeente Maarlen het belangrijk dat de envelop er aantrekkelijk uitziet en dat de uitnodigingsbrief in begrijpelijke taal is geschreven. Tegelijkertijd wil de gemeente dat het duidelijk is waar mensen zich voor aanmelden. Deelname aan een burgerberaad vraagt veel van bewoners. Het burgerberaad van de gemeente heeft een technisch onderwerp; de energietransitie. Er wordt veel informatie aangereikt en tijdens het burgerberaad gaan deelnemers daarover met elkaar in gesprek. De gemeente vindt het lastig om de uitnodiging toegankelijk te houden en tegelijkertijd duidelijk te zijn over wat er van de deelnemers verwacht wordt.

Verdiepen

Uit gesprekken met participatieprofessionals blijkt dat er vaak veel aandacht gaat naar de uitnodigingsbrief. Een van de doelen is om ook ondervertegenwoordigde groepen (zoals jongeren, mensen met een migratieachtergrond, mensen met een praktische opleiding) te werven. Daarom vinden zij het opstellen van een uitnodigingsbrief in begrijpelijke taal belangrijk. Het belangrijkste vinden de participatieprofessionals echter dat wat in de uitnodigingsbrief beloofd wordt ook wordt waargemaakt in de praktijk. Je kunt heel erg je best doen om specifieke doelgroepen te betrekken, zoals mensen die laaggeletterd zijn, door de informatie in de brief heel laagdrempelig te maken. Echter, als het burgerberaad vervolgens wel 'talig' is en de informatie die de experts geven ingewikkeld is, dan voelen laaggeletterden zich niet op hun plek. Naast aandacht voor de uitnodigingsbrief is er dus vooral ook aandacht nodig voor een goede 'match' tussen de uitnodigingsbrief en de uitvoering van het burgerberaad (Van Bochove, 2025). Dit kan bijvoorbeeld door diverse werkvormen aan te bieden tijdens het burgerberaad, aangezien mensen op dit gebied verschillende voorkeuren hebben (Van Bochove & Van Viersen, 2025; Visser e.a., 2021).

Reflecteren

  • Kun je de laagdrempeligheid die je in de uitnodigingsbrief belooft, ook waarmaken in het burgerberaad? Op welke manieren kun je ervoor zorgen dat het gehele proces van het burgerberaad laagdrempelig en daarmee inclusief mogelijk wordt ingericht?

  • Als je groepen die vaak ondervertegenwoordigd zijn in participatie (zoals jongeren, mensen met een migratieachtergrond en praktisch opgeleiden) wilt betrekken, is een burgerberaad dan wel een geschikte participatievorm?

Knopen doorhakken

Welke inzichten heb je opgedaan uit de vorige stappen, en hoe vertaal je die naar keuzes voor jouw burgerberaad?

Uitnodigen van anderstaligen

Introduceren

Vraagstuk

Participatieprofessionals vragen zich af hoe zij anderstalige bewoners het beste kunnen bereiken. Wat dat moeilijk maakt is dat de uitnodiging vanwege gemeentebeleid niet altijd in andere talen beschikbaar is. Terwijl de ambitie is om inclusief te zijn en verschillende groepen bewoners de mogelijkheid te bieden om deel te nemen.

Casus

De gemeente Maarlen wil graag meer en andere bewoners betrekken. Bij eerdere burgerberaden zijn vooral deelnemers met een Nederlandstalige achtergrond aanwezig geweest, terwijl de talige diversiteit veel groter is binnen de gemeente.

Verdiepen

In veel burgerberaden zijn anderstalige deelnemers ondervertegenwoordigd, zo blijkt o.a. uit observaties. Een deel van de oorzaak hiervan kan zijn dat de meeste uitnodigingen in het Nederlands zijn. Veel gemeenten hebben het beleid dat Nederlands de voertaal is, behalve in noodsituaties Van Viersen et al., 2025). Echter, wanneer je streeft naar inclusie en het betrekken van een diverse groep bewoners is het belangrijk om hier aandacht aan te besteden in de uitnodiging. Anderstalige bewoners moeten voelen dat dat ook zij welkom zijn en volwaardig kunnen meedoen. Brieven die Nederlandstalig zijn door deze bewoners niet geopend. Wil je daadwerkelijk een bredere en meer diverse groep bereiken, dan is het versturen van alleen Nederlandstalige uitnodigingen niet voldoende.

Daarnaast is het ook het uitnodigen   per brief   niet voldoende om bepaalde ondervertegenwoordigde groepen te bereiken. Een meer doelgroepgerichte benadering kan effectiever zijn, bijvoorbeeld door de doelgroep aan huis op te zoeken en hen in hun eigen taal aan te spreken (Brady et al., 1995).

Meer lezen?

Onderzoeksproducten

Bronnen

Reflecteren

  • Hoe kun je bewoners met een anderstalige achtergrond bereiken door middel ondanks de beperkingen van het taalbeleid? Welke aanvullende manieren kun je inzetten?

  • Als je een meertalige uitnodiging stuurt, schep je de verwachting dat ook het verdere proces meertalig en inclusief zal zijn. Hoe ga je die verwachtingen waar maken?

Knopen doorhakken

Welke inzichten heb je opgedaan uit de vorige stappen, en hoe vertaal je die naar keuzes voor jouw burgerberaad?

Uitnodigen van deelnemers (opvattingen)

Introduceren

Vraagstuk

Gemeenten en provincies willen een zo goed mogelijke afspiegeling van de bevolking bij hun burgerberaad. Toch zijn er bepaalde kenmerken waarvan het niet altijd mogelijk of wenselijk is om mee te nemen in de loting, waaronder opvattingen van deelnemers. Hierbij wordt vaak als argument genoemd dat dit polariserend kan werken voorafgaand aan het beraad.

Casus

De gemeente Maarlen organiseert een burgerberaad over de energietransitie. De gemeente vindt het belangrijk dat de deelnemers van het burgerberaad een afspiegeling vormen van de lokale bevolking. De gemeente wil graag dat er mensen met verschillende opvattingen ten aanzien van het vraagstuk meepraten en niet alleen ‘pro-duurzame’ deelnemers, vanwege de beeldvorming naar buiten toe en de legitimiteit van de opgestelde adviezen. Tegelijkertijd vindt de gemeente het niet wenselijk om bij de loting naar de opvatting van bewoners te vragen omdat de gemeente wil voorkomen dat er kampen van voor- of tegenstanders ontstaan, terwijl ze juist ook het 'stille midden' wil betrekken.

Verdiepen

Een representatieve deelnemersgroep is een onderscheidend kenmerk van burgerberaden. Dat gaat een stap verder dan diversiteit: er doen niet alleen mensen met verschillende achtergronden mee, maar die vormen percentueel gezien ook nog een afspiegeling van de bredere bevolking. Door loting in twee stappen wordt hiernaar gestreefd. Op basis van een steekproef uit de gemeentelijke bevolking wordt er meestal eerst geloot op leeftijd, geslacht, en wijk. Aan degenen die zich aanmelden worden aanvullende vragen voorgelegd, bijvoorbeeld over hun opleiding of over hun opvatting met betrekking tot het vraagstuk van het burgerberaad. Vervolgens wordt een steekproef getrokken om ervoor te zorgen dat percentueel gezien de verdeling van verschillende achtergrondkenmerken in het burgerberaad zo goed mogelijk overeenkomt met die in de lokale bevolking. Dit noemen we demografische representatie. Soms wordt er ook in de tweede loting geselecteerd op opvattingen ten aanzien van het vraagstuk. Dit noemen we discursieve representatie (OECD, 2020).

Representatie is een sleutelbegrip als het gaat om legitimiteit van de uitkomsten (Brenninkmeijer, 2021; OECD, 2020). In de praktijk zien we dat representatie echter alleen lukt op kenmerken waarop wordt geloot en niet op kenmerken die niet worden meegenomen in de loting, zoals migratieachtergrond en opvattingen.

Wat opvattingen betreft is er vaak om twee redenen terughoudendheid om hierop te loten. Allereerst omdat er vaak geen informatie is over hoe opvattingen in de bredere populatie verdeeld zijn. De vraag is dan: hoe bepaal je welk aandeel met een bepaalde (positieve, neutrale, negatieve) opvatting je moet aanhouden om een goede afspiegeling van de bevolking te vormen? Er kan ook voor gekozen worden om niet voor een perfecte afspiegeling te gaan, maar voor diversiteit. Zo kan je ervoor kiezen om drie soorten opvattingen ongeveer evenveel mee te nemen.

Een andere reden die sommige gemeenten of provincies aangeven om niet op opvattingen te loten, is dat zij niet 'vooraf willen polariseren'. Wanneer je mensen vooraf naar hun opvatting vraagt over een gepolariseerd vraagstuk, kunnen zij mogelijk al ‘geharnast’ het gesprek ingaan, in plaats van met een open blik. Op basis van de ervaringen met burgerberaden is het echter gebleken dat een - in de optiek van deelnemers - te geringe diversiteit aan opvattingen niet goed is voor de ervaren legitimiteit van (de adviezen van) het burgerberaad. Als er slechts enkele deelnemers zijn met een afwijkende mening, kunnen zij ook sneller ervaren dat hun mening onvoldoende gewicht heeft (Van Bochove, 2025).

Tot slot kan in (middelgrote en kleine) gemeenten maar op een beperkt aantal kenmerken een loting uitgevoerd worden. Als er om te komen tot een groep van 150 deelnemers op te veel kenmerken wordt geloot, lukt het niet om ‘alle potjes’ gevuld te krijgen. De organisator moet dus keuzes maken. Hierbij zien we dat loten op opvatting achterwege wordt gelaten.  

Er wordt veel aandacht besteed aan het bereiken van 'representativiteit', terwijl die claim meestal te groot is. Je hebt geloot op bepaalde kenmerken, en daarop kan de deelnemersgroep een afspiegeling zijn van de bevolking als geheel. Maar je hebt ook op veel aspecten níet geloot. Migratieachtergrond en (vaak) opvattingen zijn hier slechts enkele voorbeelden van. Het gaat ook om mensen met een fysieke of mentale beperking. En om mensen die geen vertrouwen hebben dat hun stem ertoe doet, ook niet in een burgerberaad. Bescheidenheid over de representativiteit is dus geboden, naast de trots die er kan zijn over de bereikte diversiteit (die vaak groter is dan bij andere vormen van burgerparticipatie) (Van Bochove, 2025).

Meer lezen?

Onderzoeksproducten

Bronnen

Reflecteren

  • Welke voordelen zie je van loten op opvattingen, en welke nadelen?

  • Is het noodzakelijk dat je burgerberaad representatief is op het gebied van opvattingen, of volstaat het om te streven naar diversiteit aan opvattingen? Of kies je ervoor om niet op opvattingen te loten?

Knopen doorhakken

Welke inzichten heb je opgedaan uit de vorige stappen, en hoe vertaal je die naar keuzes voor jouw burgerberaad?

Uitnodigen van deelnemers (migratieachtergrond)

Introduceren

Vraagstuk

Gemeenten en provincies willen een zo goed mogelijke afspiegeling van de bevolking bij hun burgerberaad. Toch zijn er bepaalde kenmerken waarvan het niet altijd mogelijk of wenselijk is om mee te nemen in de loting, waaronder opvattingen van deelnemers. Hierbij wordt vaak als argument genoemd dat dit polariserend kan werken voorafgaand aan het beraad.

Casus

De gemeente Maarlen organiseert een burgerberaad over de energietransitie. De gemeente vindt het belangrijk dat de deelnemers van het burgerberaad een afspiegeling vormen van de lokale bevolking. De gemeente wil graag dat er mensen met verschillende opvattingen ten aanzien van het vraagstuk meepraten en niet alleen ‘pro-duurzame’ deelnemers, vanwege de beeldvorming naar buiten toe en de legitimiteit van de opgestelde adviezen. Tegelijkertijd vindt de gemeente het niet wenselijk om bij de loting naar de opvatting van bewoners te vragen omdat de gemeente wil voorkomen dat er kampen van voor- of tegenstanders ontstaan, terwijl ze juist ook het 'stille midden' wil betrekken.

Verdiepen

Een representatieve deelnemersgroep is een onderscheidend kenmerk van burgerberaden. Dat gaat een stap verder dan diversiteit: er doen niet alleen mensen met verschillende achtergronden mee, maar die vormen percentueel gezien ook nog een afspiegeling van de bredere bevolking. Door loting in twee stappen wordt hiernaar gestreefd. Op basis van een steekproef uit de gemeentelijke bevolking wordt er meestal eerst geloot op leeftijd, geslacht, en wijk. Aan degenen die zich aanmelden worden aanvullende vragen voorgelegd, bijvoorbeeld over hun opleiding of over hun opvatting met betrekking tot het vraagstuk van het burgerberaad. Vervolgens wordt een steekproef getrokken om ervoor te zorgen dat percentueel gezien de verdeling van verschillende achtergrondkenmerken in het burgerberaad zo goed mogelijk overeenkomt met die in de lokale bevolking. Dit noemen we demografische representatie. Soms wordt er ook in de tweede loting geselecteerd op opvattingen ten aanzien van het vraagstuk. Dit noemen we discursieve representatie (OECD, 2020).

Representatie is een sleutelbegrip als het gaat om legitimiteit van de uitkomsten (Brenninkmeijer, 2021; OECD, 2020). In de praktijk zien we dat representatie echter alleen lukt op kenmerken waarop wordt geloot en niet op kenmerken die niet worden meegenomen in de loting, zoals migratieachtergrond en opvattingen.

Wat opvattingen betreft is er vaak om twee redenen terughoudendheid om hierop te loten. Allereerst omdat er vaak geen informatie is over hoe opvattingen in de bredere populatie verdeeld zijn. De vraag is dan: hoe bepaal je welk aandeel met een bepaalde (positieve, neutrale, negatieve) opvatting je moet aanhouden om een goede afspiegeling van de bevolking te vormen? Er kan ook voor gekozen worden om niet voor een perfecte afspiegeling te gaan, maar voor diversiteit. Zo kan je ervoor kiezen om drie soorten opvattingen ongeveer evenveel mee te nemen.

Een andere reden die sommige gemeenten of provincies aangeven om niet op opvattingen te loten, is dat zij niet 'vooraf willen polariseren'. Wanneer je mensen vooraf naar hun opvatting vraagt over een gepolariseerd vraagstuk, kunnen zij mogelijk al ‘geharnast’ het gesprek ingaan, in plaats van met een open blik. Op basis van de ervaringen met burgerberaden is het echter gebleken dat een - in de optiek van deelnemers - te geringe diversiteit aan opvattingen niet goed is voor de ervaren legitimiteit van (de adviezen van) het burgerberaad. Als er slechts enkele deelnemers zijn met een afwijkende mening, kunnen zij ook sneller ervaren dat hun mening onvoldoende gewicht heeft (Van Bochove, 2025).

Tot slot kan in (middelgrote en kleine) gemeenten maar op een beperkt aantal kenmerken een loting uitgevoerd worden. Als er om te komen tot een groep van 150 deelnemers op te veel kenmerken wordt geloot, lukt het niet om ‘alle potjes’ gevuld te krijgen. De organisator moet dus keuzes maken. Hierbij zien we dat loten op opvatting achterwege wordt gelaten.  

Er wordt veel aandacht besteed aan het bereiken van 'representativiteit', terwijl die claim meestal te groot is. Je hebt geloot op bepaalde kenmerken, en daarop kan de deelnemersgroep een afspiegeling zijn van de bevolking als geheel. Maar je hebt ook op veel aspecten níet geloot. Migratieachtergrond en (vaak) opvattingen zijn hier slechts enkele voorbeelden van. Het gaat ook om mensen met een fysieke of mentale beperking. En om mensen die geen vertrouwen hebben dat hun stem ertoe doet, ook niet in een burgerberaad. Bescheidenheid over de representativiteit is dus geboden, naast de trots die er kan zijn over de bereikte diversiteit (die vaak groter is dan bij andere vormen van burgerparticipatie) (Van Bochove, 2025).

Meer lezen?

Onderzoeksproducten

Bronnen

Reflecteren

  • Welke voordelen zie je van loten op opvattingen, en welke nadelen?

  • Is het noodzakelijk dat je burgerberaad representatief is op het gebied van opvattingen, of volstaat het om te streven naar diversiteit aan opvattingen? Of kies je ervoor om niet op opvattingen te loten?

Knopen doorhakken

Welke inzichten heb je opgedaan uit de vorige stappen, en hoe vertaal je die naar keuzes voor jouw burgerberaad?

Tijdens

Inclusie van minder talige deelnemers

Introduceren

Vraagstuk

Burgerberaden zijn talige instrumenten; deliberatie staat centraal. Deelnemers worden gevraagd hun mening te verwoorden, naar anderen te luisteren, argumenten af te wegen en samen tot aanbevelingen te komen. Echter willen gemeenten en provincies ook deelnemers betrekken en faciliteren die minder 'talig zijn'. Tijdens burgerberaden wordt daarom geëxperimenteerd met werkvormen zoals tekenen en lego bouwen. Maar sommige deelnemers kunnen zich minder in dergelijke niet-talige vormen uiten of vinden het kinderachtig. Wat voor de ene deelnemer inclusief is kan een andere deelnemer dus weer buitensluiten.

Casus

De gemeente Maarlen vindt het belangrijk om een diverse groep deelnemers te faciliteren tijdens het aankomende burgerberaad. Dit geldt ook voor minder talige deelnemers, bewoners met minder taalvaardigheid. De gemeente wil daarom dat er niet alleen maar gepraat wordt tijdens het burgerberaad, maar ook experimenteren met andere werkvormen. Ze vraagt zich af hoe zij dit het beste kan aanpakken.

Verdiepen

Een creatieve of niet-talige werkvorm doorbreekt niet automatisch dominante voorkeuren en patronen. Zonder goede begeleiding bestaat er het risico dat de werkvorm alsnog talig wordt. In eerder onderzoek zagen we dat mensen die stiller zijn bij talige werkvormen niet vanzelf het voortouw nemen bij een creatieve werkvorm (De Groot et al., 2025).

Bij burgerberaden volgt iedereen meestal hetzelfde programma. Er is bijvoorbeeld eerst een ronde met gesprekken en vervolgens een ronde waarin getekend wordt. Er kan voor gekozen worden om te variëren in het aanbod, waarbij deelnemers zelf kunnen kiezen welke werkvorm bij hen past. Ook het variëren in groepsgrote ondersteunt de deelname van minder ‘talige’ deelnemers. Door werkvormen in grotere groepen (6-8 deelnemers) af te wisselen met gesprekken met 2 of 3 deelnemers maak je het makkelijker om mee te praten. Zo kun je ervoor zorgen dat het burgerberaad aansluit bij deelnemers met verschillende ‘talige’ vaardigheden en voorkeuren.

Reflecteren

  • Wat zijn de ambities van jouw gemeente of provincie als het gaat om inclusie van mensen die minder talig zijn? Wat betekent dit voor het organiseren van het burgerberaad?

  • Welke verschillende werkvormen kunnen jouw burgerberaad mogelijk toegankelijker maken voor minder talige deelnemers?

Knopen doorhakken

Welke inzichten heb je opgedaan uit de vorige stappen, en hoe vertaal je die naar keuzes voor jouw burgerberaad?

Inclusie anderstaligen

Introduceren

Vraagstuk

Gemeenten en provincies willen graag dat alle deelnemers kunnen deelnemen aan het burgerberaad, inclusief anderstaligen. Echter kunnen middelen om dit te bevorderen veel geld kosten en/of is het vaak nog onvoldoende bekend of de middelen ertoe leiden dat anderstaligen volwaardig mee kunnen doen. Gemeenten en provincies vragen zich geregeld af welke middelen zij het beste kunnen inzetten.

Casus

Het is de gemeente Maarlen gelukt om een diverse groep deelnemers te betrekken bij haar burgerberaad. Ook deelnemers met diverse taalachtergronden. De gemeente ziet dat andere gemeenten tolken inzetten om meertaligheid binnen het burgerberaad te faciliteren, maar zit met het kostenplaatje; tolken zijn kostbaar en er zijn tolken in meerdere talen nodig. Tegelijkertijd wil de gemeente alle deelnemers de mogelijkheid geven om mee te praten. De gemeente denkt er daarom over om een ander middel in te zetten, namelijk de inzet van taalbuddy’s: deelnemers/vrijwilligers die voor anderstalige deelnemers vertalen. De gemeente weet echter niet of dit voldoende helpt om anderstaligen volwaardig te laten meedoen.

Verdiepen

Bij burgerberaden wordt er vooraf veel aandacht besteed aan representatie; dat de deelnemersgroep een afspiegeling is van de samenleving. Er is echter minder aandacht voor inclusie; wanneer je deze diverse groep bij elkaar hebt, hoe zorg je ervoor dat iedereen op een gelijkwaardige manier kan deelnemen? Wanneer dit niet gebeurt, zijn dit de stemmen in de samenleving die ondanks het deelnemen, toch niet (voldoende) gehoord worden. We zien in ons onderzoek dat anderstalige deelnemers niet altijd gelijkwaardig kunnen deelnemen door bijvoorbeeld (1) een gebrek aan tolken in hun eigen taal - niet alle deelnemers kunnen overweg met een tolk Engels - (2) een taalbuddy die hen niet voldoende kan ondersteunen of (3) het ontbreken van geschreven vertaalde informatie.

Het faciliteren van deelname voor anderstalige deelnemers door middel van tolken en buddy’s is een belangrijke stap, maar het is niet voldoende. Tolken zijn niet altijd in elke taal beschikbaar vanwege kostenoverwegingen, en een tolk Engels is ook voor anderstalige deelnemers niet altijd voldoende. Buddy's zijn geen professionele vertalers en kunnen niet alles vertalen. Ook kan het hun eigen deelname ondermijnen wanneer zij zelf ook deelnemen aan het beraad. Vaak blijft (schriftelijke) informatie, zoals uitnodigingen, instructies of achtergrondstukken, uitsluitend in het Nederlands beschikbaar. Hierdoor kunnen deelnemers die een andere taal spreken met een informatieachterstand beginnen, wat hun gevoel van volwaardige deelname ondermijnt (Van Viersen et al., 2025). Oplossingsrichtingen zijn het aanbieden van vertalingen voor alle stukken, tolken en buddy’s inzetten afhankelijk van de context waarin zij het beste passen, en de inzet van AI-vertalingen in plenaire gedeelten als kostenbesparende optie.

Het gevoel welkom te zijn is een belangrijk onderdeel van inclusie en draagt eraan bij dat mensen zich werkelijk onderdeel voelen van het burgerberaad. Inclusie is meer dan het beschikbaar stellen van tolken of het vertalen van documenten; het draait ook om verbondenheid en het creëren van een gedeeld gevoel van ‘belonging’   (o.a. Musgrave & Bradshaw, 2014). Dat vraagt om meer dan technische oplossingen: het vraagt om een ontwerp dat bewust rekening houdt met talige diversiteit als wezenlijk onderdeel van het participatietraject. Met relatief kleine en vrijwel kosteloze aanpassingen in het ontwerp van het beraad kan al verschil worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan begroetingen in meerdere talen bij binnenkomst, of het expliciet benoemen en waarderen van taal- en cultuurverschillen in de groep. Afhankelijk van de gemeente, het beleid en de financiële middelen kan ook gekozen worden om bepaalde onderdelen meertalig aan te bieden.

In groepsgesprekken zie je regelmatig dat Engels regelmatig wordt gebruikt door deelnemers als 'lingua franca' (gedeelde taal). Het switchen naar een gedeelde taal zoals Engels is bedoeld om inclusief te zijn en om effectief met elkaar te communiceren. Echter kan het in sommige situaties ook nieuwe uitsluitingsmechanismen creëren omdat niet alle deelnemers het Engels even goed beheersen. Gespreksbegeleiders spelen een belangrijke rol in het herkennen van situaties waarin taal(gebruik) kan leiden tot in- of uitsluiting en zorgen dat iedereen gelijkwaardig kan blijven deelnemen aan het gesprek (Van Viersen et al., 2025).

De inzet van tolken en/of taalbuddy’s leidt niet altijd tot gelijkwaardige deelname van anderstalige deelnemers tijdens een burgerberaad. De deelnemers voelen bijvoorbeeld een drempel om iets in te brengen omdat zij de enige zijn die een andere taal spreken. Ook zijn ze vaak te gefocust op de tolk om op dat moment in de discussie mee te kunnen doen. Daarnaast zijn tolken kostbaar en niet altijd (in elke taal) haalbaar voor elk burgerberaad. Bij buddy's wordt de informatie soms pas vertaald wanneer de discussie afgelopen is.

Uit dit onderzoek blijkt dat deelnemers op natuurlijke wijze manieren vinden om effectief te communiceren, ook in het geval van meertaligheid. Dit doen zij bijvoorbeeld door te schakelen tussen talen en steeds te checken of iedereen het gesprek nog volgt. In groepsgesprekken worden tolken soms niet gebruikt omdat deelnemers graag direct met elkaar willen communiceren en discussiëren. In sommige gevallen wordt echter door de organisatie aangemoedigd om tolken te gebruiken omdat deze bang is dat wanneer tolken niet worden gebruikt deelnemers worden uitgesloten. De ervaringen van zowel Engelstalige als Nederlandstalige deelnemers onderstrepen echter dat spontane interacties in de meeste gevallen leiden tot een inclusief gesprek (Van Viersen et al., 2025).

Het is belangrijk dat de behoefte aan ondersteuning van anderstaligen niet vooraf door professionals wordt vastgesteld, maar dat deze in gesprek met de betrokkenen wordt verkend. Mensen willen van nature betrokken zijn en nemen daar ook zelf initiatief in, mits ze daartoe de ruimte krijgen (Musgrave & Bradshaw, 2014). Dit vraagt om een open manier van vragen stellen over wat deelnemers nodig hebben om mee te kunnen doen in plaats van gericht vragen of zij bijvoorbeeld gebruik willen maken van een tolk of buddy. Dit voorkomt dat aannames worden gedaan en biedt ruimte voor een persoonlijke benadering.

Meer lezen?

Onderzoeksproducten

Bronnen

Reflecteren

  • Wat zijn de ambities van jouw gemeente of provincie als het gaat om inclusie van anderstaligen? Wat betekent dit voor het organiseren van het burgerberaad?

  • Hoe divers is de groep die deelneemt aan het burgerberaad wat betreft taalachtergrond? Hoe kun je deze groep het beste faciliteren?

  • Wat is de ondersteuningsbehoefte van deze deelnemers op gebied van taal? Wat hebben zij nodig om volwaardig mee te doen?

Knopen doorhakken

Welke inzichten heb je opgedaan uit de vorige stappen, en hoe vertaal je die naar keuzes voor jouw burgerberaad?

Monitoren van uitval

Introduceren

Vraagstuk

Wanneer je diversiteit in de groep hebt, wil je deze tijdens het burgerberaad ook graag behouden. Wanneer consensus in de groep ontstaat gedurende het burgerberaad, kan dit een goed teken zijn; deelnemers groeien gaandeweg naar elkaar toe. Tegelijkertijd kan het ook betekenen dat deelnemers met een andere mening zich te weinig op hun gemak voelen om hun opvattingen te delen. Wellicht haken ze daardoor af.

Casus

De organisatoren van het burgerberaad in de gemeente Maarlen hebben veel tijd en energie gestoken in het komen tot een divers samengesteld burgerberaad. Ze hebben ook geloot op opvattingen ten aanzien van het vraagstuk. Al met al komen ze tot een mooie afspiegeling van de stad. Helaas is er gaandeweg de bijeenkomsten een behoorlijke uitval van deelnemers. Bij een bijeenkomst waarin de deelnemers adviezen formuleren, zeggen meerdere deelnemers dat de groep opvallend eensgezind is. Er lijkt nog weinig diversiteit te zijn in opvattingen. Zijn deelnemers gaandeweg van mening veranderd, of waren het vooral degenen met een afwijkende mening die tussentijds zijn uitgevallen?

Verdiepen

Er is beperkt inzicht in de redenen van deelnemers die zich hebben aangemeld voor het burgerberaad, maar na een of meerdere bijeenkomsten tussentijds uitvallen. In ons onderzoek vermoeden sommige gemeenten en provincies dat deelnemers die het onderwerp van hun burgerberaad minder belangrijk vonden (zoals rondom duurzaamheid) eerder uitvielen. Dat vonden de ambtenaren problematisch, omdat er verschillende opvattingen voorkomen in de samenleving en het belangrijk is dat deze zoveel mogelijk vertegenwoordigd worden in het burgerberaad.

In het Evaluatiekader Lokale Burgerberaden raden Bleijenberg en Jacobs (2025) aan de tussentijdse uitval te monitoren. Niet alleen   hoeveel   mensen er tussentijds afvallen, maar ook   wie   er afvallen is interessant om te weten. Hierdoor wordt duidelijk of deelnemers met bepaalde achtergrondkenmerken of opvattingen vaker uitvallen dan anderen. Ook wordt duidelijk of de deelnemersgroep bij de afronding van het burgerberaad nog steeds een afspiegeling vormt van de samenleving.

Uit evaluaties van burgerberaden in Nederland weten we dat de uitval vaak tussen de 10 en 20 procent ligt (Bleijenberg & Meijer, 2024; Van der Veen & Bleijenberg, 2025). In een internationaal onderzoek van Smith (2024) blijkt dat er bij burgerberaden over klimaat grote verschillen zijn wat betreft uitval, en dat deze soms wel oploopt tot 40 procent. Volgens Smith speelt het budget en de geboden ondersteuning voor de deelnemers hierbij een belangrijke rol.

Meer lezen?

Onderzoeksproducten

Bronnen

Reflecteren

  • Wat doe je om erachter te komen waarom deelnemers tussentijds uitvallen? Ga je het gesprek aan, stuur je een vragenlijst, of kies je voor een andere manier?

  • Hoe voorkom je dat vooral mensen met bepaalde achtergrondkenmerken of opvattingen tussentijds stoppen? Hoe waarborg je tijdens het burgerberaad de diversiteit (en niet alleen vooraf aan het burgerberaad)?

Knopen doorhakken

Welke inzichten heb je opgedaan uit de vorige stappen, en hoe vertaal je die naar keuzes voor jouw burgerberaad?

Achteraf

Claims over representativiteit

Introduceren

Vraagstuk

Organisatoren willen graag na afloop van het burgerberaad met trots over het burgerberaad communiceren en anderen overtuigen van de waarde van het burgerberaad en de adviezen die de deelnemers hebben opgesteld. Echter worden er vaak kanttekeningen geplaatst bij bepaalde eigenschappen van de burgerberaden, zoals de representativiteit van de deelnemers

Casus

De gemeente Maarlen is na afloop van het burgerberaad trots op het bereikte resultaat. Niet alleen wat betreft de kwaliteit van de adviezen, ook dat zo'n diverse groep bewoners met elkaar over langere periode heeft samengewerkt. De betrokken wethouder noemt de adviezen extra zwaarwegend omdat deze “door een representatieve groep bewoners zijn opgesteld: dit is de stem van de stad”. Als er foto's en verhalen van deelnemers in de media circuleren, worden hier echter vraagtekens bij gezet door oppositiepartijen in de gemeenteraad. Want namen er niet vooral mensen met een soortgelijke politieke voorkeur deel? En op de foto zie je ook vooral mensen die ogenschijnlijk geen migratieachtergrond en ongeveer dezelfde leeftijd hebben. Dus hoe representatief was het nu helemaal? En zijn die adviezen dan echt wel zo veel waard?

Verdiepen

Participatieprofessionals die ervaring hebben met het organiseren van burgerberaden zijn vaak blij verrast over de diversiteit aan bewoners die zij in het burgerberaad zien. De claim dat burgerberaden representatief zijn voor de hele gemeente/de provincie/het land is echter te groot. Hooguit kun je zeggen dat er op de kenmerken waarop geloot is, sprake is van een afspiegeling. Het is voor de waarde van het burgerberaad ook niet nodig om representativiteit te claimen; enige voorzichtigheid hiermee is geboden. Dat advies geven participatieprofessionals en medewerkers van de onderzoek en statistiek-afdelingen van diverse gemeenten (Van Bochove, 2025).

Perfect representatieve vormen van intensieve participatie die ook nog betaalbaar zijn, zijn voorlopig niet binnen bereik, zo stellen Lijklema en Tom (2023). Zij bepleiten om te streven naar diversiteit door middel van verschillende methoden van participatie en verschillende manieren van werving en selectie van deelnemers. Je kunt een positieve boodschap uitdragen over de diverse samenstelling van het burgerberaad, zonder daarin te grote claims te doen over representativiteit.

Reflecteren

  • Wat doe je om erachter te komen waarom deelnemers tussentijds uitvallen? Welk verhaal wil je na afloop over het burgerberaad naar buiten brengen? Hoe maak je dit tot een evenwichtig verhaal, met oog voor zowel de sterke als minder sterke kanten ten aanzien van de samenstelling van de deelnemersgroep?

Knopen doorhakken

Welke inzichten heb je opgedaan uit de vorige stappen, en hoe vertaal je die naar keuzes voor jouw burgerberaad?

Aan de slag met de burgerberadentool?

Meer weten?

Neem contact op met onderzoekers Marianne van Bochove (m.e.vanbochove@hhs.nl) en Juliet van Viersen (j.vanviersen@hhs.nl).