Competenties voor individuele participatie-professionals
Alle competenties voor individuele participatie-professionals altijd bij de hand?
Toelichting
Dit overzicht beschrijft welke vaardigheden, houdingen en kennis/expertise individuele participatieprofessionals inzetten om (burger)participatie zorgvuldig te ontwerpen, begeleiden en opvolgen. De competenties zijn tot stand gekomen op basis van kwalitatief onderzoek naar de praktijk van (offline) participatie. In verschillende participatietrajecten zijn ervaringen van participatieprofessionals (binnen overheden en uitvoerende bureaus) geanalyseerd aan de hand van interviews, documentanalyses, een vragenlijst en reflectiesessies. De beschreven competenties zijn daarmee niet normatief of theoretisch bedacht, maar afgeleid uit wat in de praktijk als cruciaal wordt ervaren voor het vak participatie. Het overzicht richt zich specifiek op competenties die kenmerkend zijn voor het participatievak. Algemene professionele vaardigheden - zoals analytisch vermogen, schrijfvaardigheid of basisprojectmanagement - zijn daarom niet afzonderlijk opgenomen, tenzij het competenties zijn die direct samenhangen met het organiseren en begeleiden van participatietrajecten.
Het onderzoek laat zien dat er zowel competenties zijn die in alle fasen van een participatie-proces van belang zijn (kerncompetenties), als ook competenties die met name tijdens de aanloopfase, de doorloopfase of tijdens de afloopfase van belang zijn.
Kerncompetenties
Kerncompetenties voor participatie-professionals zijn de essentiële vaardigheden en kwaliteiten die noodzakelijk zijn om een zorgvuldig en kwalitatief hoogwaardig participatieproces te kunnen ontwerpen, begeleiden en uitvoeren. De kerncompetenties gelden voor alle fasen. Er zijn drie kerncompetenties:
1 - De 'buitenwereld' naar binnen brengen
Is in staat leefwereld en systeemwereld met elkaar te verbinden en wederzijds begrijpelijk te maken.
Versterkt de relatie tussen samenleving en overheid door perspectieven, belangen en zorgen zorgvuldig te duiden én te vertalen - in beide richtingen. Beweegt zich autonoom (en creatief) binnen organisatorische kaders, maakt spanningen bespreekbaar en draagt bij aan gedeeld eigenaarschap. Houdt het systeem waar nodig een spiegel voor en durft gesprekken te voeren die nodig zijn om de stem van buiten een plek te geven. Ook wanneer dit schuurt met eerder genomen besluiten, bestuurlijke belangen of organisatorische beperkingen.
2 - Gevoel voor democratie als basishouding
Handelt vanuit een expliciet democratisch kompas.
Begrijpt de verhouding tussen participatieve en representatieve democratie en maakt deze transparant in het proces. De professional begrijpt de waarde van participatieve processen voor samenleving en beleid, wat tot uiting komt in een nieuwsgierige, luisterende en open grondhouding. Herkent machtsverhoudingen, onderstromen en het stille midden, en zorgt dat ook minderheidsstemmen betekenisvol worden meegenomen. Werkt vanuit kernwaarden als inclusiviteit, gelijkwaardigheid en transparantie, en reflecteert continu op de eigen rol en intentie.
3 - Sterke communicatieve en sociale vaardigheden
Brengt mensen met verschillende meningen samen en houdt het gesprek veilig, met ruimte voor verschil (en een beetje lucht).
De professional beschikt over een hoog ontwikkeld communicatief en sociaal repertoire: empathie, humor, relativeringsvermogen, sensitiviteit voor groepsdynamiek, het vermogen om met tegenspraak/weerstand om te gaan, en weet verbinding te leggen in communicatie. Hij of zij kan spanning bespreekbaar maken, vertrouwen wekken met communicatie en afspraken, verschillen overbruggen en ruimte creëren waarin deelnemers zich veilig voelen om zich uit te spreken en bij te dragen. Deze competentie omvat ook oog voor diversiteit en inclusie, en het vermogen interacties zo te begeleiden dat iedereen mee kan doen.
Specifieke competenties per fase
Klik op een fase om de bijbehorende competenties te zien. In elke fase wordt per competentie bovendien weergegeven of de competentie meer te maken heeft met de kennis/expertise, met de houding of met de vaardigheden van de individuele participatie-professional. Dit maakt het inzichtelijker op welke manier deze competentie ontwikkeld zou kunnen worden.
In de aanloopfase bepalen we doel, scope en context van de competenties van een participatieprofessional . We brengen bestaande rollen en verwachtingen in kaart als basis voor een gedragen uitwerking.
In de doorloopfase werken we dit uit, toetsen we deze in de praktijk en zorgen we voor draagvlak in de organisatie. O.b.v. feedback scherpen we de inhoud en toepassing verder aan.
In de afrondfase stellen we de definitieve vorm vast en borgen we deze in processen en werkwijzen. We maken afspraken over toepassing, eigenaarschap en doorontwikkeling.

.png)