Polarisatie

Inleiding

Als iedereen het altijd overal over eens zou zijn, was democratie niet nodig. Tegengestelde standpunten horen bij onze democratie. Maar ze kunnen ook leiden tot sterke tegenstellingen en spanningen tussen mensen of groepen, waardoor onderling contact of gesprek moeilijk wordt. Dit noemen we polarisatie.

Wat is polarisatie?

Polarisatie is een proces waarin mensen over elkaar steeds meer gaan denken in termen van 'wij' tegenover 'zij'. Bij polarisatie worden tegenstellingen tussen groepen gecreëerd, uitvergroot en verscherpt. Daardoor kunnen groepen meer tegenover elkaar komen te staan en kunnen de onderlinge spanningen oplopen.

Polarisatie komt voor tussen groepen mensen, tussen burgers en overheid, of kan gaan over thema's zoals vaccineren, klimaat of de wolf in Nederland. Het vindt plaats langs etnische, culturele en religieuze lijnen, tussen opleidingsniveaus, opvattingen over wat goed is voor het land, de wereld of de buurt.

Er worden twee verschillende vormen van polarisatie onderscheiden:

  1. Mensen die ‘extremer’ worden in hun opvattingen over morele vraagstukken;

  2. Het groeiende wantrouwen over ‘anderen’ waarbij een ander wordt weggezet als onbetrouwbaar, kwaadwillend en/ minderwaardig. Dit wordt wel affectieve polarisatie genoemd.

Polarisatie wordt vaak in verband gebracht met radicalisering, maar het zijn verschillende zaken. Zo is polarisatie een groepsproces, terwijl radicalisering meestal een individueel, persoonlijk proces is. Wel denken geradicaliseerde personen vaak sterk gepolariseerd: in ‘wij tegen zij’ en in ‘goed en fout’.

Waarom is polarisatie van belang bij participatie?

Participatie draait om uitwisseling van ideeën, inzichten en acties. Polarisatie kan leiden tot sterke tegenstellingen en spanningen tussen mensen of groepen waardoor onderling contact of gesprek moeilijk wordt. Participatie kan helpen om mensen of groepen te verbinden en zo de polarisatie (een beetje) te verminderen.

Participatieprocessen gaan soms gepaard met conflicten. Polarisatie kan een maatschappelijk conflict voeden en de tegenstellingen daarbij uitvergroten. Participatie kan er voor zorgen dat er onderling contact ontstaat tussen de groepen, zodat ze elkaar leren kennen, denkbeelden uitwisselen en elkaars zienswijze gaan waarderen. Hoe vaker en intensiever partijen met elkaar in contact zijn, samen daadwerkelijk participeren, hoe meer zij elkaars denkbeelden beïnvloeden en elkaars zienswijze gaan waarderen. Met als gevolg minder polarisatie en meer verbinding.

Is polarisatie altijd erg?

Polarisatie heeft veel nadelen, maar ook positieve kanten. Maatschappelijke veranderingen beginnen vaak vanuit polarisatie. En polarisatie kan ook bijdragen aan een positief zelfbeeld.

Polarisatie wordt vaak vooral als probleem benaderd, maar heeft ook positieve kanten. Het kunnen hebben van verschillende standpunten en het mogen uiten van kritiek op elkaar is belangrijk voor een goed werkende democratie. Aan maatschappelijke veranderingen, zoals de emancipatie van minderheden, gaat vaak een periode van polarisatie vooraf. Daarna kan er een nieuwe sociale balans ontstaan.

Daarnaast is het prettig om bij een groep te horen. Daaraan ontleen je ook je eigen identiteit. Het positief zijn over je eigen groep zorgt voor een positief zelfbeeld. Hier hangt vaak mee samen dat je jouw eigen groep vergelijkt met andere groepen, en zo jouw eigen groep meer waardeert en andere groepen minder. Hier ontstaat dus een vorm van polarisatie die positief uitpakt voor je eigen zelfbeeld. 

Polarisatie is soms nodig om botsende standpunten, scheidslijnen en conflicterende belangen duidelijk te maken. Polarisatie kan ook ruimte scheppen voor debat en zorgen dat daar nieuwe deelnemers aan kunnen meedoen. Het kan er bijvoorbeeld op wijzen dat een bepaalde manier van samenwerken of beleid niet meer passend is

Maar polarisatie wordt ongewenst wanneer de tegenstellingen leiden tot grote spanningen tussen groepen waardoor zij niet meer constructief met elkaar communiceren. Dat vergroot de kloof tussen deze groepen en kan leiden tot segregatie. Polarisatie kan leiden tot vervreemding, vooroordelen, stereotypering, onbegrip, discriminatie en uitsluiting. Dat is onwenselijk voor de maatschappij en de sociale cohesie.  En kan participatie in de weg staan.

Hoe omgaan met polarisatie?

Polarisatie overstijgt vaak het project dat de participatieprofessional moet begeleiden. Polarisatie kan dan ook niet direct worden opgelost door mensen dichter bij elkaar te willen brengen. Dialoogtechnieken kunnen wel helpen beter om te gaan gepolariseerde conflicten, door onder meer de aandacht te verleggen naar samenwerking op basis van gedeelde belangen.

Polarisatie begint vaak met een verlies van grip op de wereld om je heen, door het gevoel niet gehoord te worden als het erop aankomt. Individuen en conflicten polariseren niet in één klap. Om te depolariseren kan het daarom nuttig zijn om dat proces terug te traceren naar waar het in gang is gezet. Het gepolariseerde conflict heeft altijd een voorgeschiedenis.

Polarisatie kan niet direct worden opgelost, bijvoorbeeld door mensen dichter bij elkaar te willen brengen, maar wel indirect door pijn te erkennen en daarbij de aandacht te verleggen van identiteit naar samenwerking op basis van concrete onderwerpen en gedeelde belangen.

Brandsma (2016) ontwikkelde een dialoogtechniek om om te gaan met polarisatie. Belangrijke elementen daarvan zijn de juiste mensen recruteren, het juiste onderwerp selecteren en in het midden positie kiezen en luisteren.

  • De kern is dat bij participatie niet draait om consensus zoeken. Dat is namelijk olie op het vuur in een gepolariseerde situatie. Het is productiever om uit te gaan van zowel uiteenlopende als overlappende belangen en beide te identificeren, benoemen en erkennen. Dat neemt de druk van consensus weg en levert een andere samenwerkingsopdracht op. Je gaat op zoek naar common ground: een zo groot mogelijke gemeenschappelijke noemer. 

  • Verder is het goed om deelnemers te selecteren op diversiteit van achtergrond, niet op basis van interesse in de materie. Dat voorkomt dat de mensen die zich het meest ermee bezighouden de discussie domineren; dat is belangrijk want juist dat zijn de meeste gepolariseerde mensen, die slecht in staat zullen zijn om een constructieve discussie te voeren. Door een brede selectie uit de bevolking krijgt wij-zij denken minder snel voet aan de grond.

  • Een ander handvat is het herdefiniëren van het conflict in termen van gedeeld belang, zoals veiligheid, werkgelegenheid of een toekomst voor onze kinderen. Mensen hebben misschien wel andere ideeën over hoe die belangen veilig te stellen, maar iedereen wil tenminste veiligheid of werkgelegenheid. Dat creëert een platform voor samenwerking.

  • Bij situaties waarin de legitimiteit van de autoriteiten door de ‘polen’ wordt bekritiseerd, moeten participatieprofessionals actief de middengroep opzoeken, die (nog) niet gepolariseerd is, een luisterend oor bieden, op zoek gaan naar de echte onderliggende kwesties die spelen. Dit soort gesprekken helpen ook de voorgeschiedenis van een conflict terug te traceren. Ze bieden daarmee kansen om van slecht uitgepakt beleid in het verleden te leren en in de toekomst anders aan te pakken.

Meer weten?

Wat hebben we hier zelf over geschreven/mee gedaan

Bronnen

De informatie op deze pagina is gebaseerd op de onderstaande bronnen: