Veel overheidsorganisaties zijn actief op social media platformen (zoals LinkedIn, X, Instagram etc.). Soms worden deze ook ingezet bij participatie. Wat zijn daarbij de do’s en don'ts?
Fysieke participatieactiviteiten, zoals informatieavonden, worden vaak door een selecte groep burgers bezocht. Via social media kan de overheid ook andere doelgroepen bereiken, zoals jongeren.
Social media kunnen voor verschillende doelen worden ingezet bij een participatieproces. Dat kan als communicatiekanaal: om burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties te informeren of attenderen over een participatieproces, of om deelnemers te werven. Social media kunnen ook dienen als participatiekanaal: bijvoorbeeld om in gesprek te gaan over een onderwerp.
Ongeacht het doel, moeten sociale media bewust en zorgvuldig worden ingezet. Social media bieden kansen, maar hebben ook valkuilen.
Hieronder staan een aantal tips en aandachtspunten om social media goed en effectief te kunnen gebruiken binnen een participatieproces.
Ieder social media platform heeft zijn eigen kenmerken, doelgroep en functionaliteiten. Social media zijn ontwikkeld voor interactie. Dat biedt mogelijkheden voor online participatie.
Afhankelijk van het doel van de participatie, de mogelijkheden van het platform en de doelgroep die je wilt bereiken, kun je kiezen welk platform het beste past. Deze vragen kunnen hierbij helpen:
Wanneer je social media gaat gebruiken voor participatie is het belangrijk om contact op te nemen met de communicatieafdeling van jouw organisatie. Stem de online activiteiten af en check of er richtlijnen of afspraken zijn voor de inzet van social media (zie ook hieronder de AVG).
De inzet van sociale media voor participatie kent ook keerzijden en valkuilen. Hieronder wordt beschreven hoe je daar mee omgaat.
Algoritmes op social media bepalen welke content gebruikers te zien krijgen. Hoe meer interactie op een post, hoe groter de kans dat die post vaker verschijnt in de social media overzichten van potentiële participanten. Plaats je heel weinig content en heb je ook maar weinig volgers? Dan is de kans klein dat participanten die jou volgen jouw content te zien krijgen.
Denk ook na over de privacy van participanten. Wil je werken met een open of gesloten social media pagina? Veel social media platforms bieden de mogelijkheid om een pagina of groep privé te maken. Dan zien alleen de participanten die toegang hebben, wat er wordt besproken. Hier kun je voor kiezen als het gaat om een controversieel of gevoelig onderwerp waarover participanten anders mogelijk niet vrijuit zullen spreken. Open en gesloten social media pagina’s zijn natuurlijk ook te combineren. Op deze manier kun je ook onderscheid maken tussen verschillende typen participanten en participatievormen.
Wees er bovendien op bedacht dat social media geld verdienen aan het gebruik en hun gebruikers. Vanuit een account van de overheid heb je geen invloed op wat het social mediaplatform met de gegevens doet. Houd hier rekening mee bij je keuze om wel of geen social media in te zetten.
Als je social media inzet, dan sluit je mensen uit die geen account willen of kunnen aanmaken. Kies daarom voor een mix van on- en offline middelen. Hoe meer manieren er zijn om deel te nemen, hoe meer participanten ook daadwerkelijk mee kunnen doen. Zorg dat alle belangen aan bod komen.
Vanwege het informele en vaak vluchtige karakter van social media, is het aan te raden bij wettelijk verplichte participatie (zoals zienswijzeprocedures) social media niet in te zetten voor participatie of interactie. Wel kunnen sociale media daarbij worden ingezet voor communicatie en bekendmaking, maar dan als aanvulling op de gebruikelijke communicatie via officiële overheidskanalen.
Als je social media wilt gebruiken voor participatie, dan moeten participanten en overheden instemmen met de algemene en privacy voorwaarden van het social mediaplatform. Social mediaplatforms die te gebruiken zijn in Europa voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Mits je ook andere vormen en kanalen aanbiedt, kunnen participanten zelf kiezen of ze via social media willen participeren. Als je niet om persoonskenmerken of gegevens vraagt, en/of deze ook niet overneemt en opslaat in een document van jouw organisatie, dan verzamel je geen persoonsgegevens en is de AVG niet van toepassing op jouw activiteit op het social mediaplatform. Heb je wel persoonsgegevens nodig en wil je die opslaan in een document? Dan is de AVG wel van toepassing op die activiteit en kun je voor die activiteit geen gebruik maken van het social mediaplatform. Gebruik hiervoor dan de officiële overheidskanalen, zodat je kunt voldoen aan de AVG.
De AVG stelt een aantal eisen aan werken met persoonsgegevens. Je moet o.a. een goede reden hebben voor de verwerking, een privacyverklaring opstellen en de verwerking melden in een verwerkingsregister van jouw organisatie. Daarbij hebben participanten het recht om hun persoonsgegevens in te zien, te wijzigen en te verwijderen. Ook kunnen zij bezwaar maken of toestemming intrekken om hun persoonsgegevens te verwerken. Een goed begin voor dit proces is het invullen van het registratieformulier voor het melden van de verwerking in een AVG register, hierin komen alle onderwerpen aan bod.
Lees de handreiking ‘Do’s en don’ts van social media bij participatie’ van het Kennisknooppunt Participatie.
Het e-book ‘Social media inzetten voor participatie’ van het Kennisknooppunt Participatie biedt aanvullende informatie.
Het rapport ‘Overheidsparticipatie in sociale media’ van Universiteit Twente gaat specifiek in op overheidsparticipatie in sociale media.
Lees het artikel ‘We moeten zorgen voor een veilige publieke ruimte’ van Renata Verloop voor overwegingen bij het inzetten van social media als overheidsorganisatie.
De informatie op deze pagina is gebaseerd op de onderstaande bronnen:
Kennisknooppunt Participatie. (2020). E-book Social media inzetten voor participatie.
Kennisknooppunt Participatie. (2020). Handreiking Do’s en don’ts van social media bij participatie.
Van Dijk, J., Van de Wijngaert, L., Ten Tije, S. (2015). Overheidsparticipatie in sociale media. Universiteit Twente.
Meld niet werkende link
Vragen? Neem contact met ons op
Je zoekopdracht leverde helaas geen resultaat op. Controleer de spelling of probeer het opnieuw met een andere term.
Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.
Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.
Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.
Deze cookies worden gebruikt om statistieken te meten over het gebruik van de website (bijvoorbeeld via Google Analytics, Siteimprove of Matomo) en voor externe videodiensten zoals YouTube of Vimeo. Hiervoor maken wij gebruik van diensten van derde partijen. Deze cookies worden alleen geplaatst na jouw toestemming.
Jouw keuze aanpassen? Dat kan op elk moment via de cookie-instellingen in de footer.