De overheid is er voor de burgers. Dus is het logisch om beleid in samenspraak met burgers te ontwikkelen en uit te voeren. Omdat dit niet altijd vanzelf gaat, is participatie op diverse manieren en momenten wettelijk verplicht gemaakt. Zo is inspraak in 1992 verankerd in de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Algemene wet bestuursrecht. Verder ging in 2024 de Omgevingswet in met daarin diverse eisen aan participatie. En in 2025 trad de wet Versterking participatie op decentraal niveau in werking.
Soms is de overheid verplicht om participatie onderdeel te maken van een project of beleid. Een belangrijk voorbeeld is de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 van start ging. De Omgevingswet bevat regels over de leefomgeving, zowel voor overheden, het bedrijfsleven, particulieren als instellingen. En de wet behandelt verschillende aandachtspunten rond participatie voor gemeenten, provincies, waterschappen, Rijkspartijen en bedrijven.
Daarnaast is er de wet Versterking participatie op decentraal niveau die in 2025 in werking trad. Deze wet verplicht decentrale overheden om bewoners te betrekken bij het beleid van hun gemeente, provincie of waterschap. De wet verplicht mede-overheden ook om een participatieverordening op te stellen, waarin staat hoe zij bewoners betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Daarmee wordt het voor bewoners en volksvertegenwoordigers duidelijker hoe participatie mogelijk is.
Hieronder vind je verdiepende informatie en tips over de Omgevingswet en de wet Versterking participatie op decentraal niveau.
De Omgevingswet stelt participatie wettelijk verplicht en stimuleert het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden bij het besluitvormingsproces. Bij veel van de instrumenten van de Omgevingswet is het verplicht om vast te leggen hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen zijn betrokken.
De Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling stellen regels vast over participatie. Overheden zijn verplicht om te melden hoe zij belanghebbenden betrekken bij de totstandkoming van instrumenten van de Omgevingswet en welke resultaten dit heeft opgeleverd. Deze zogenaamde motiveringsplicht is vastgelegd in het Omgevingsbesluit. Dit geldt voor instrumenten zoals de omgevingsvisie, het programma, het omgevingsplan, de omgevingsverordening, de waterschapsverordening, het projectbesluit en de omgevingsvergunning.
Gemeenten, provincies en waterschappen zijn ook verplicht om aan te geven hoe zij in hun beleidspraktijk invulling geven aan hun eigen participatiebeleid. Dit wordt ook wel de kennisgeving genoemd. Er gelden echter geen regels voor de invulling van de participatie. Dit zorgt ervoor dat er ruimte is voor maatwerk.
De omgevingsvisie is een van de instrumenten waarbij participatie verplicht is. Overheden leggen in de omgevingsvisie hun ambities voor de fysieke leefomgeving vast. Hierbij zijn overheden verplicht te vermelden hoe zij belanghebbenden betrekken bij de voorbereiding en wat de resultaten hiervan zijn.
Bekijk voor uitgebreidere informatie de verwijzingen in het ‘meer lezen’ blok.
De wet Versterking participatie op decentraal niveau heeft als doel om bewoners te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid in hun gemeente, provincie, waterschap of openbaar lichaam in Caribisch Nederland. Deze wet is op 1 januari 2025 ingegaan.
In 1992 werd inspraak verplicht. Via een inspraakverordening stellen decentrale overheden regels over hoe zij burgers en andere belanghebbenden betrekken bij de voorbereiding van beleid. Met de wet Versterking participatie op decentraal niveau worden burgers niet alleen betrokken bij de voorbereiding van beleid, maar ook bij de uitvoering en evaluatie ervan. De regels hiervoor moeten worden vastgelegd in een plaatselijke participatieverordening, waarbij er ruimte is om rekening te houden met lokale behoeften en omstandigheden. De participatieverordening moet voor bewoners en volksvertegenwoordigers duidelijk maken hoe zij kunnen participeren.
De wet Versterking participatie op decentraal niveau legt ook het uitdaagrecht als specifieke vorm van participatie vast. Het uitdaagrecht biedt bewoners de mogelijkheid om de overheid te verzoeken om de uitvoering van een publieke taak over te nemen, wanneer zij denken deze taak beter of efficiënter te kunnen uitvoeren dan de overheid. Het voordeel van het uitdaagrecht is dat het de betrokkenheid en het eigenaarschap van belanghebbenden in hun directe leefomgeving vergroot. Hiermee ontstaan er kansen om de kwaliteit van beleid te verbeteren en nieuwe vormen van samenwerking en sociale verbinding te creëren, wat vervolgens bijdraagt aan een veerkrachtige samenleving.
De wet Versterking participatie op decentraal niveau trad in werking op 1 januari 2025, met een overgangstermijn van twee jaar. Dat betekent dat iedere decentrale overheid vóór 1 januari 2027 een participatieverordening moet hebben vastgesteld. Sommige decentrale overheden hebben al een participatieverordening.. Voor het opstellen van een participatieverordening is het belangrijk om verschillende actoren te betrekken en de bijbehorende verwachtingen te bespreken. Daarbij is het belangrijk om te realiseren dat een participatieverordening kansen biedt om samen te werken aan betere participatie, maar niet automatisch leidt tot betere participatie. Het is dan ook belangrijk om niet alleen in te zetten op een participatieverordening, maar ook te investeren in kennis en kunde over participatie binnen de organisatie.
In de Canon van Participatie van het Kennisknooppunt Participatie lees je meer over hoe de participatieverordening tot stand is gekomen.
De website Aan de slag met de Omgevingswet ontsluit allerlei informatie, praktische tips en hulpmiddelen op het gebied van de Omgevingswet.
De website Informatiepunt Leefomgeving biedt aanvullende informatie en hulpmiddelen voor participatie in de Omgevingswet. En aanvullende informatie over regelgeving en instrumenten op het gebied van de Omgevingswet.
De Denkwijze(r) voor goede participatie van Informatiepunt Leefomgeving beschrijft het belang van participatie binnen de Omgevingswet, succesfactoren en randvoorwaarden voor participatie en informatie over participatie per Omgevinswetinstrument.
De website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed biedt meer informatie over de Omgevingswet in relatie tot cultureel erfgoed.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) maakte een handreiking die gemeenten helpt nadenken over passend lokaal participatiebeleid.
Daarnaast heeft VNG een voorbeeld van een participatieverordening opgesteld.
Verder heeft LSA bewoners ook een modelverordening participatie opgesteld, vanuit het perspectief van bewoners.
De informatie op deze pagina is gebaseerd op de onderstaande bronnen:
Informatiepunt Leefomgeving. (z.d.). Uitgangspunten bij het ontwerp van de Omgevingswet. Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
Informatiepunt Leefomgeving. (z.d.). Inhoud van de Omgevingswet in het kort. Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
Informatiepunt Leefomgeving (z.d.). Overzicht regels participatie bij de instrumenten van de Omgevingswet. Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
Informatiepunt Leefomgeving (z.d.) Participatie bij een omgevingsvisie. Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
Informatiepunt Leefomgeving (z.d.). Participatie in het omgevingsplan. Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
Informatiepunt Leefomgeving (2020). Denkwijze(r) voor goede participatie.
Kennisknooppunt Participatie. (z.d.). Van inspraakverordening naar participatieverordening (1992). Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
Rijksoverheid. (2024). Eerste Kamer stemt in met wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau. Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
Rijksoverheid. (z.d.) Omgevingswet. Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). (2023). Aan de slag met participatie: handreiking.
Meld niet werkende link
Vragen? Neem contact met ons op
Je zoekopdracht leverde helaas geen resultaat op. Controleer de spelling of probeer het opnieuw met een andere term.
Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.
Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.
Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.
Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.