Burgeronderzoek
Inleiding
Bij een burgeronderzoek nemen burgers zelf het initiatief om onderzoek te doen naar een onderwerp dat hen raakt. Zo krijgen zij meer grip op de situatie.
Let op: Bij alle participatievormen zijn er enkele voorwaarden die altijd belangrijk zijn. Bekijk de algemene voorwaarden voor participatiewerkvormen hier.

Een burgeronderzoek is een vorm van participatie waarbij burgers niet alleen meedenken of informatie aanleveren, maar zelf het onderzoek uitvoeren. Zij bepalen wat onderzocht wordt, hoe dat gebeurt en wat er met de resultaten gedaan wordt. Deze aanpak staat ook bekend als participatief actieonderzoek of community-based participatory research.
Het gaat om burgers die direct geraakt worden door beleid, een project of een probleem. Denk aan bewoners van een wijk waar een infrastructuurproject gepland staat, of ouders van kinderen op een school in verandering. Omdat zij dagelijks met het onderwerp te maken hebben, beschikken zij over waardevolle ervaringskennis én hebben zij vaak een groot belang bij de uitkomsten.
De deelnemers verzamelen zelf gegevens, bijvoorbeeld via enquêtes, observaties of interviews, en analyseren die samen. Het doel is vaak om de leefomgeving te verbeteren, invloed uit te oefenen of (ervaren) onrecht aan te kaarten.
Doordat het onderzoek van binnenuit komt, sluit het goed aan bij de lokale context. De resultaten worden vaak als geloofwaardig ervaren. Tegelijk brengt deze aanpak uitdagingen met zich mee, zoals beperkte onderzoekservaring of risico op subjectiviteit. Toch kan een burgeronderzoek bijdragen aan het versterken van de positie van burgers, meer draagvlak voor beleid en vernieuwende inzichten die anders misschien over het hoofd worden gezien.
Waarvoor en wanneer gebruik je een burgeronderzoek?
Een burgeronderzoek helpt om kennis van onderaf te verzamelen, invloed uit te oefenen op beleid en bij te dragen aan verandering. Het kan ook helpen om vertrouwen te herstellen , als de overheid de resultaten van het onderzoek betrekt in haar beleid.
Waarvoor en wanneer gebruik je een burgeronderzoek?
Een burgeronderzoek helpt om kennis van onderaf te verzamelen, invloed uit te oefenen op beleid en bij te dragen aan verandering. Het kan ook helpen om vertrouwen te herstellen , als de overheid de resultaten van het onderzoek betrekt in haar beleid.
Burgeronderzoek wordt vooral ingezet bij maatschappelijke vraagstukken die mensen persoonlijk raken. Denk aan onderwerpen als leefomgeving, gezondheid, mobiliteit of duurzaamheid. Juist bij dit soort thema’s zijn lokale kennis, ervaring en waarden cruciaal om de situatie goed te begrijpen en tot passende oplossingen te komen.
Zo’n onderzoek is vaak een reactie op wantrouwen richting overheid of instituties. Burgers grijpen dan zelf de regie, omdat zij het gevoel hebben dat hun stem niet wordt gehoord. Of omdat zij overheidsinformatie niet (voldoende) vertrouwen. Door zelf gegevens te verzamelen, analyseren en interpreteren, versterken zij hun positie en invloed. Dit kan bijdragen aan meer zeggenschap, betrokkenheid en draagvlak voor beleid. Daarvoor is het wel vereist dat de overheid op een serieuze manier omgaat met de uitkomsten van het onderzoek, en ook aangeeft op welke wijze zij daarmee in haar beleid verder mee omgaat.
Een burgeronderzoek is ook nuttig wanneer bestaande gegevens ontbreken of niet voldoende zijn. Denk bijvoorbeeld aan metingen van luchtkwaliteit in een wijk of van verkeersveiligheid rond een school. Door eigen onderzoek brengen burgers informatie boven tafel die anders misschien niet in beeld komt.
Daarnaast zorgt het gezamenlijk uitvoeren van een onderzoek vaak voor meer onderlinge verbondenheid. Het stimuleert samenwerking, bewustwording en betrokkenheid binnen de gemeenschap.
Hoe werkt een burgeronderzoek?
Een burgeronderzoek begint met lokaal initiatief vanuit een behoefte aan meer of andere informatie over een bepaalde kwestie . Daarna volgt de voorbereiding. Burgers voeren vervolgens zelf het onderzoek uit, vaak met hulp van experts. Tenslotte worden de resultaten gedeeld met de gemeenschap en betrokken partijen.
Hoe werkt een burgeronderzoek?
Een burgeronderzoek begint met lokaal initiatief vanuit een behoefte aan meer of andere informatie over een bepaalde kwestie . Daarna volgt de voorbereiding. Burgers voeren vervolgens zelf het onderzoek uit, vaak met hulp van experts. Tenslotte worden de resultaten gedeeld met de gemeenschap en betrokken partijen.
Een burgeronderzoek verloopt meestal in vijf stappen:
1. Initiatief nemen
Een groep burgers of een gemeenschap signaleert een probleem of heeft behoefte aan informatie, bijvoorbeeld over luchtkwaliteit, verkeersveiligheid of geluidsoverlast. Zij nemen zelf het voortouw, soms samen met maatschappelijke organisaties of wetenschappers.
2. Voorbereiden
De initiatiefnemers formuleren onderzoeksvragen, kiezen een methode (zoals metingen, interviews of enquêtes) en verzamelen de middelen die nodig zijn, zoals meetapparatuur of digitale tools. Vaak is hulp van experts nodig om het onderzoek betrouwbaar en bruikbaar te maken.
3. Doel bepalen
Het doel van het onderzoek kan verschillen. Soms draait het om bewustwording, soms om invloed op beleid of om het verbeteren van de leefomgeving. Het gekozen doel bepaalt mede de aanpak en de manier van communiceren.
4. Uitvoeren
Burgers verzamelen gegevens volgens een afgesproken plan. Dat kan variëren van verkeersmetingen tot luchtkwaliteitsonderzoek met sensoren. Goede samenwerking, duidelijke afspraken en eventueel training zorgen voor betrouwbare resultaten.
5. Terugkoppelen
De resultaten worden gedeeld met de gemeenschap, beleidsmakers en soms ook via de media. Duidelijke rapportages en visualisaties helpen om de bevindingen toegankelijk te maken. Idealiter leiden de uitkomsten tot dialoog of actie, zoals beleidsaanpassingen of nieuwe initiatieven. Lees hier meer over het terugkoppelen van opbrengsten.
Als het onderzoek doorwerkt in het beleid, dan kan een burgeronderzoek bijdragen aan meer betrokkenheid, betere besluitvorming en lokaal verankerde kennis. Tegelijk vraagt het om zorgvuldige begeleiding, zodat de uitkomsten betrouwbaar zijn en daadwerkelijk impact hebben.
Tips:
Zorg voor toegankelijke methoden en training: Kies onderzoeksmethoden die aansluiten bij de vaardigheden van deelnemers en geef praktische instructies of korte workshops voor een betrouwbare uitvoering.
Wijs rollen en verantwoordelijkheden toe: Maak afspraken over wie wat doet, van dataverzameling tot analyse en communicatie. Dit voorkomt verwarring en zorgt voor continuïteit.
Betrek deskundigen waar nodig: Schakel waar mogelijk professionals of wetenschappers in om te adviseren over methoden, meetinstrumenten of datakwaliteit. Dit verhoogt de geloofwaardigheid van de uitkomsten.
Plan tijdige en open terugkoppeling: Organiseer bijeenkomsten of publiceer toegankelijke rapporten om resultaten te delen. Bespreek samen met beleidsmakers en burgers wat de uitkomsten betekenen en welke acties mogelijk zijn.
Meer weten?
Meer weten?
Wat hebben anderen hierover geschreven/mee gedaan
Hoewel Omlo in Burgerparticipatie in onderzoek: Van respondent tot medeonderzoeker uitgaat van professionals als initiatiefnemer van onderzoek, bevat deze Movisie-publicatie veel nuttige tips en achtergrondinformatie voor burgers die zelf zaken willen uitzoeken.
Bronnen
Bronnen
De informatie op deze pagina is gebaseerd op de onderstaande bronnen:
Omlo, J. (2020). Burgerparticipatie in onderzoek: Van respondent tot medeonderzoeker. Movisie.
Radboud Universiteit. (z.d.). Citizen science. Geraadpleegd op 15 oktober 2025.
Rathenau Instituut. (z.d.). Burgers betrekken bij onderzoek. Geraadpleegd op 15 oktober 2025.
Scholvinck, A.M., Scholten, W., Diederen, P. (2021). Samen verder met open science: Op weg naar betekenisvolle publieke betrokkenheid bij onderzoek. Rathenau Instituut.
Schram, J., Van Twist, M. & Van der Steen, M. (2016). Kansrijk maar kwetsbaar. Burgeraudits als nieuwe vorm van burgerparticipatie. NSOB.